Bloedbanden: Verzoening na de genocide in Rwanda

fotoboek

Fotograaf Jan Banning en journalist Dick Wittenberg reisden dertig jaar na de genocide terug naar Rwanda om te onderzoeken hoe mensen samen verder leven na zo’n ingrijpend verleden. Op de foto’s staan overlevenden van de genocide samen met daders die betrokken waren bij de moord op de geliefden van eerstgenoemden en met wie zij zich hebben verzoend.

Jan Banning, Epiphanie Mukamazimpaka (36) en Jean Baptiste (49), slachtoffer en dader van de genocide in Rwanda
Jan Banning, Epiphanie Mukamazimpaka (36) en Jean Baptiste (49), slachtoffer en dader van de genocide in Rwanda (KLIK HIER VOOR MEER FOTO'S)

De foto’s van Banning tonen niet zomaar slachtoffers en daders: in elk dubbelportret zien we een dader naast een overlevende die hij of zij persoonlijk onherstelbaar leed heeft toegebracht. De foto’s maken, met de verhalen van Wittenberg, voelbaar hoe zwaar maar ook hoe menselijk het proces van verzoening is. Samen bieden ze een indringende en hoopvolle blik op veerkracht en samenleven.

Het boek sluit aan bij de gelijknamige tentoonstelling in Museum Hilversum.

Epiphanie Mukamazimpaka (36): ‘Ik kom uit een gezin met acht kinderen. Ik was zes. Op de avond van 7 april hoorden we dat de jacht op Tutsi’s was begonnen. We vluchtten naar het huis van opa en oma. Toen ik daar als laatste aankwam, zag ik dat hun huis in brand stond. Ik hoorde mijn tantes gillen, mijn neefjes schreeuwen. In paniek ben ik weggerend. De volgende ochtend ging ik kijken bij het huis dat nog smeulde. Voor de deur lag het zwartgeblakerde lijk van mijn oom. Een andere oom lag daar vlakbij met een speer in zijn onderbuik. Zijn genitaliën hadden ze afgesneden. In een hoek zag ik een neef van mijn leeftijd die staande was verbrand. Ik keerde walgend om. Drie dagen lang verborg ik me in het bos. Tot mijn vader mij vond. Juist op dat moment kwam er een meute op ons af. Mijn vader zei: “Ieder een andere kant op.” Mij lieten ze lopen. Hem kregen ze te pakken. Zijn lijk gooiden ze in de rivier. Vlakbij de kerk zag ik een jongen: Claude. “Wil je me verbergen?”, vroeg ik. “Ga maar naar binnen”, zei hij. “Je oudere zus zit daar ook.” Een andere jongen alarmeerde de moordenaars. Claude schreeuwde: “Er is niemand binnen.” Een van de mannen doorzocht het huis. Dat was Jean Baptiste. Ik begon te beven toen hij ons zag. Mijn zus was dapper. Ze knielde voor hem neer. Hij verkrachtte haar voor mijn ogen. Daarna liep hij weg. “Niemand”, riep hij naar zijn kameraden. “Ik heb niemand gezien.” De moeder van Claude hield ons verborgen. Veel daders kwamen in de gevangenis terecht. Ook Jean Baptiste. Jaren later kwam hij vrij. Waarom ik steeds lach als ik over al die verschrikkingen vertel? Mijn verhaal heeft me jarenlang beheerst. Ik ben mijn verhaal nu de baas. Zelfs Jean Baptiste kon ik vergeven. Sociotherapie heeft mijn hart verlicht.’

Jean Baptiste (49): ‘Eerst heb ik twaalf jaar in de gevangenis gezeten. Ik schaam me tegenover de overlevenden. Ik schaam me tegenover mijn vrouw en kinderen. Mijn lijden was niks vergeleken bij het leed dat ik hen heb aangedaan.’

Ezechiel Niyibizi (46): ‘Er waren mobilisatiebijeenkomsten in ons dorp. Ze zeiden dat de Tutsi’s ons wilden uitroeien. Dat we ons moesten verdedigen. Het was wij of zij. Mijn ooms deden mee. Ik was zestien jaar. Ik volgde. Ik zat in de groep die het huis van Rose’ familie in brand heeft gestoken. Na de genocide vluchtte ik naar Congo. Daar bleef ik tweeënhalf jaar. Bij mijn terugkeer in Rwanda werd ik meteen gearresteerd. Ik zat tien jaar in de gevangenis. Eenmaal terug in het dorp durfde ik niemand in de ogen te kijken. Ik schaamde me. Ik wilde dolgraag in contact komen met de overlevenden. Daarom deed ik mee aan een sociotherapiegroep. In de gevangenis had ik al schuld bekend en mijn verontschuldigingen aangeboden aan overheidsfunctionarissen. Tijdens een rechtszitting in het dorp had ik mijn excuses gemaakt tegenover de verzamelde menigte. Nu kon ik dat eindelijk doen tegenover de mensen die ik pijn had gedaan. Dat was bevrijdend. Toen Rose mijn excuses accepteerde, was dat voor mij een godsgeschenk. Vanaf die dag gaan we zonder wantrouwen met elkaar om. Een zoon van Rose brengt een dochter van mij elke dag naar school.’

Rose Mukarusagara (60): ‘Sinds de genocide had ik altijd hoofdpijn. Ik kon niet meer naar de radio luisteren, omdat ik bang was dat ik weer haatuitzendingen zou horen. Ik moest steeds huilen. Mijn hele familie hebben ze uitgemoord. Zeker zestig mensen. Op 6 april was er een trouwpartij in de familie van mijn man. Van heinde en verre waren de verwanten gekomen. Het huis waarin ze logeerden, werd de volgende dag in brand gestoken. Niemand heeft de vuurzee overleefd. Op 10 april zat ik voor ons huis mijn baby te voeden. Een groep mannen kwam op ons af. Een van hen schoot mijn baby dood. Een ander probeerde mij te doden met een machete. Ik weerde het mes af met mijn arm. Die arm begon hevig te bloeden. Ik viel voorover op mijn baby en bleef bewusteloos liggen. Voor dood lieten ze me achter. Een buurvrouw vond me. Zij heeft me verzorgd. Zij heeft me gered. Volgens de pastor van de Pinkstergemeente was de genocide het werk van de duivel. Hij gebruikte mensen als instrumenten. Toch viel het me zwaar de daders te vergeven. Na twee dagen vasten vroeg ik God mij de kracht te geven. Ik wilde niet dat mijn kinderen zouden opgroeien in haat. Nu voel ik me bevrijd.’

Liberatha Nyirasangewe (70): ‘Ik zag de mannen van verre al aankomen. Ik vluchtte het huis uit. Binnen vonden ze mijn tweeling van drie maanden. Ze hebben de kleintjes meteen vermoord. Ik verborg me in een suikerrietplantage. Ze vonden me toch. Een van die kerels gaf me een hauw met zijn kapmes. Het litteken kun je nog zien. Hij zei: “Laten we haar doden.” Een ander hield hem tegen en zei: “Haal haar man. Laat hem haar vrijkopen voor duizend francs.” Mijn man leende dat geld. Daarna lieten ze me los. Al was mijn man Hutu, ik wist dat hij mij niet kon beschermen. Ik zocht mijn toevlucht in het bos. Soms bracht mijn man iets te eten. Vaak bleef hij dagenlang weg. Ik dacht dat hij mij in de steek had gelaten. Ik was zo wanhopig, zo hongerig, zo smerig, ik leefde als een beest. Na de genocide was ik gek geworden: ik vergat me aan te kleden en liep naakt naar buiten. Mijn kinderen dwongen me een broek te dragen. Ik vervloekte alle Hutu’s. Buren kwamen zich verontschuldigen en knielden, maar ik spuugde ze in het gezicht. “Nooit zal ik een Hutu vergeven”, zei ik. Die woede duurde jaren. Mensen sloten de deur als ze mij aan zagen komen. Ze riepen: “Daar heb je dat gekke wijf.” Ik had niet gedacht ooit beter te worden. Meedoen aan sociotherapie deed me goed: voor de eerste bijeenkomsten moesten ze me komen halen. Daarna ging ik uit mezelf. Ik voelde een zweem van blijdschap. Mijn boosheid trok weg. Iedereen deed zijn verhaal, ook Alphonse, die mijn broer heeft vermoord. Ik begrijp nog steeds niet dat hij tot doden in staat was: zo’n zachtaardige man. De duivel moet in hem gevaren zijn.’

Alphonse Kanyemera (78): ‘In 1995 ben ik veroordeeld tot vijftien jaar gevangenis. Onze leiders zeiden dat we alle Tutsi’s moesten doden; ze dwongen me ook een priester te doden die een spion zou zijn. Als ik weigerde, zou ik zelf worden gedood. In de gevangenis werd ik ziek. Ze stuurden me naar een gespecialiseerd ziekenhuis waar een verpleegster uit mijn streek, een Tutsi, mij een medicijn gaf dat mijn leven redde. Liberatha en ik wonen dertig minuten lopen van elkaar. Als zij roept, kan ik haar horen. Wij zorgen voor elkaar.’

Marianna Nyirantagorama (58): ‘Ik ben de enige overlevende van ons gezin. Mijn moeder, mijn twee broers, mijn vier zussen zijn allemaal dood. Mijn vader was voor de genocide al overleden. We vluchtten in het donker naar de kerk. We dachten dat we daar veilig waren. De volgende ochtend bleek de kerk te zijn omsingeld. Militairen gooiden granaten. Mijn moeder en een van mijn broers vielen meteen dood neer. Mijn tweede broer, die met een houten kruisbeeld naar buiten liep, schoten ze door het hoofd. Binnen lag ik urenlang tussen de lijken. Met twee zussen die het bloedbad ook hadden overleefd, sukkelde ik terug naar huis. Daar bleek niks meer van over. Mijn zwaargewonde zus vond een schuilplaats en overleefde. Mijn andere zus werd door een buurman verraden en doodgeslagen. Ik verborg me in het bos. Met een andere overlevende bereikte ik een heuvel, vol Tutsi’s, maar ook daar werden we omsingeld. Overal om mij heen vielen doden. De komst van het Tutsi-bevrijdingsleger heeft mij gered. Na de genocide woonde Marc, de buurman die mijn zus had verraden, nog altijd verderop. Hij vluchtte toen hij hoorde dat ik terug was. Ik leefde voortdurend in angst. Tijdens de gacaca, de zittingen van de dorpsrechtbank, bekende hij en werd hij veroordeeld. Hij betuigde zijn spijt. Toch bleef ik bang. Toen ik werd benaderd om mee te doen aan sociotherapie in een groep met Marc, stemde ik onmiddellijk in. Voor het eerst hield hij niets achter. Hij toonde oprecht berouw. Zijn bananenplantage, die ik had opgeëist, heb ik aan hem teruggegeven. Vroeger waren we vrienden. Ik wilde weer bevriend met hem zijn.’

Marc Nyandekwe (60): ‘Ik snap het nog steeds niet. We waren buren, goede vrienden. De burgeroorlog heeft ons verdeeld. Tijdens de gacaca heeft Marianna mij terecht beschuldigd. Ik zat zes jaar en negen maanden in de gevangenis. Terugkeren in de gemeenschap vond ik een hels karwei. Ik meed dorpsgenoten. Ik was een wild beest. Heel af en toe kwam ik terug naar huis. Dat ging zes jaar lang zo. Op een dag liet Marianna aan mijn vrouw weten dat ik gerust terug kon komen. Ze zei: “Ik vergeef je. Ik wil dat je terugkomt en voor je gezin zorgt.” Marianna hielp me. De definitieve omslag kwam tijdens de sociotherapie. Sindsdien steunen we elkaar. Zij helpt me aan werk. Als ik er nu gezond en netjes uitzie, dank ik dat aan haar. Ik ben gered door de vrouw die ik kwaad heb gedaan.’



fotoboek

Jan Banning


www.janbanning.com

Er is werk te zien van
Jan Banning

Vriend van Fotoexpositie.nl

Word voor 25 euro per jaar vriend van Fotoexpositie.nl en krijg een link op de voorpagina!







Ontvang de nieuwsbrief

Elke maand de meest recente exposities en het laatste fotonieuws in je mailbox? Meld je dan nu aan voor de nieuwsbrief van Fotoexpositie.nl.

Recent toegevoegde exposities

The Way of Water
14 maart 2026 - 26 april 2026, Rotterdam
The Way of Water
I know this much is true
20 maart 2026 - 9 mei 2026, Rotterdam
I know this much is true
What is left behind
27 maart 2026 - 29 maart 2026, Amsterdam
What is left behind

Fotografen

a b c d e f
g h i j k l
m n o p q r
s t u v w x
y z

Over Fotoexpositie.nl

Fotoexpositie.nl is de website met informatie over exposities, fotografen en fotonieuws in Nederland.

Voor vragen en tips kun je ons bereiken op info@fotoexpositie.nl