| | |
| | Voorpagina > Exposities > Vieux Paris | Vieux Paris Eugène Atget
| Periode 24 september 2011 - 8 januari 2012 Locatie Nederlands Fotomuseum (in Las Palmas) Wilhelminakade 332 3072 AR Rotterdam Contactinformatie telefoon: 010-2030405 fax: 010-2030406 e-mail: info@nederlandsfotomuseum.nl website: www.nederlandsfotomuseum.nl
|
| | Deze grootse, internationaal reizende tentoonstelling brengt voor het eerst ruim 200 foto’s van de Franse fotograaf Eugène Atget (1857-1927) naar Nederland. Atget fotografeerde rond 1900 in Parijs op plaatsen waar de stad nog niet door afbraak en modernisering was aangetast. Op zijn foto’s zien we woonhuizen, winkels, café’s, poorten, pleinen, binnenplaatsen, interieurs, straten, steegjes, bruggen, trappen, fonteinen, standbeelden, parken, tuinen en schepen op de Seine. De meeste foto’s maakte Atget vroeg in de ochtend, wanneer de anders zo drukke straten nog leeg waren. Slechts in enkele gevallen plaatste hij mensen in het middelpunt, zoals in de fotoseries van straatverkopers op de boulevards en zigeuners in de buitenwijken.
Het beeld van het oude Parijs dat uit de foto’s van Atget oprijst is uniek, zowel in detaillering als in sfeer, die romantisch en surreëel tegelijk is. Atget behoort als fotograaf tot de internationale top en hij wordt met terugwerkende kracht gezien als de grondlegger van de documentaire fotografie. Zijn werk inspireerde talloze andere grote fotografen en beeldend kunstenaars, zoals Walker Evans en Man Ray, en de surrealisten zagen hem als belangrijke voorloper. De naam Atget komt in ieder geschiedenisboek over fotografie voor.
Dit is de eerste keer dat werk van Atget in Nederland uitgebreid is te zien. Foto’s van Atget zijn uiterst fragiel en mogen zelden reizen. Het werk in deze tentoonstelling is grotendeels afkomstig uit de collectie van het befaamde museum voor de geschiedenis van de stad Parijs, Musée Carnavalet. Het Nederlands Fotomuseum is trots op deze unieke expositie, die mede op initiatief van het museum tot stand kwam en die het ook mede heeft samengesteld (inclusief de lijvige catalogus).
De tentoonstelling omvat 229 originele (contact)afdrukken (18 x 24 cm) van Atget. Het merendeel is afkomstig uit de collectie van Musée Carnavalet - Histoire de Paris. De foto’s zijn gemaakt tussen 1898 en 1927. Bijzonder zijn de 43 originele afdrukken uit het album dat Man Ray samenstelde uit de foto’s die hij van Atget had gekocht en die hij surrealistische kwaliteiten toebedeelde. Hierin bevinden zich foto’s van onder andere winkeletalages, een kermis en zelfs enkele zeldzame naaktstudies.
De foto’s van Atget uit de collectie van Musée Carnavalet hebben een speciale preventieve conserveringsbehandeling gekregen in het Atelier de Restauration et de Conservation des Photographies de la Ville de Paris onder leiding van Anne Cartier-Bresson. De catalogus bij de tentoonstelling bevat een uitgebreid essay over de conserveringsproblematiek van het oeuvre van Atget, dat ook voor de leek interessante informatie bevat.
Atget richtte zijn camera vooral op huizen, parken, binnenplaatsen en bruggen. Hij had oog voor bouwkundige details, zoals gevels, poorten, deuren, deurknoppen, trappen, trapleuningen, sculpturen en ornamentiek. Mensen komen alleen voor als stoffering in het beeld: slechts af en toe staat er iemand in een deuropening of achter een geopend venster. De meeste foto’s maakte hij ’s-morgens vroeg wanneer de anders zo drukke straten nog leeg waren. Die haast onwerkelijke leegte in de foto’s van Atget is typerend voor zijn werk en ook bepalend voor de documentaire kracht er van. Mensen op de foto’s zouden ons oog immers alleen maar afleiden. Slechts in enkele gevallen plaatste Atget de mens in het middelpunt, zoals in de reeks opnamen van straatverkopers en ambachten die op straat worden uitgeoefend (de ’petit métiers’) en de zigeuners en andere ‘have-nots’ in de buitenwijken. Het beeld van het oude Parijs dat uit zijn werk oprijst is uniek, zowel in detaillering als in sfeer, die ondanks het documentaire doel romantisch en surreëel tegelijk is. Ondanks (of dankzij?) deze mix wordt Atget gezien als een van de grondleggers van de documentaire fotografie.
Atget zag zichzelf niet als kunstenaar maar als iemand die fotografische documenten tegen betaling maakte voor een scala van afnemers, waaronder kunstschilders, historici en ambachtslieden als meubelmakers. Zij gebruikten zijn foto’s als bron of inspiratie. Hij verkocht zijn foto’s ook aan instituten als lokale musea (waaronder het Carnavalet, dat een groot afnemer was) en de Bibliothèque Nationale. Atget richtte zijn lens op de oude delen van Parijs, die in snel tempo plaatst moesten maken voor de aanleg van de grote boulevards door Baron Haussmann halverwege de eeuw. Moderne zaken als de Eiffeltoren of juist die grote boulevards meed hij. Dat zegt mogelijk iets over de persoonlijke belangstelling van Atget, maar meer nog over dat van zijn afnemers. Atget had geen opleiding als fotograaf en kwam in de fotografie terecht via een aantal andere pogingen een bestaan op te bouwen. Hij begon als steward op de internationale vaart, was redacteur en tekenaar bij een satirisch tijdschrift en ambieerde een bestaan als toneelspeler. In 1888 begon hij te fotograferen en in 1892, toen hij in Parijs woonde, verscheen voor het eerst een advertentie voor zijn fotografie in La revue des beaux-arts. Atgets carrière is eerder typerend voor de 19de dan voor de 20ste eeuw, toen veel fotografen zonder opleiding - of als ‘amateur’ - in de fotografie terechtkwamen. Vanaf ongeveer 1900 verscheen het werk van Atget in verscheidene publicaties, vooral geschiedenisboeken over Parijs. In 1903 werden tachtig van zijn foto’s als prentbriefkaart uitgegeven, waaronder de Petit Métiers. Rond 1900 maakte hij zijn meeste foto’s, enkele jaren later stopte hij tijdelijk met fotograferen (en houdt hij zich weer even met theater bezig) om dan in 1919 zijn camera weer op te pakken. Hij fotografeerde veel in parken. In 1920 verkocht hij meer dan 2.000 negatieven aan de Franse monumentenzorg.
In 1921 leerde Atget beeldend kunstenaar, fotograaf en surrealist Man Ray kennen, aan wie hij 47 foto’s verkocht. In diens atelier werkte als assistent de fotografe Berenice Abbot. Toen Atget in 1927 overleed, liet hij 10.000 afdrukken en 1787 glasplaten na. Abbot nam het werk mee naar New York en pas in 1964, toen zij het eerste fotoboek van Atget publiceerde, kreeg hij grote bekendheid. Door Amerikaanse fotografen werd Atget vaak wel als inspiratiebron genoemd, naast Berenice Abbot ook bijvoorbeeld door Walker Evans. Via Abbot belandde de nalatenschap van Atget in het Museum of Modern Art in New York, waar conservator John Szarkoswki hem bijzette in de Galerij der Groten door middel van onder meer tentoonstellingen en een prestigieus vierdelig boekwerk (1981-1984).
Het merendeel van de originele afdrukken (181) in de tentoonstelling zijn in bruikleen gekregen van het Musée Carnavalet in Paris. De foto’s uit het Man Ray album zijn is afkomstig uit de collectie van het George Eastman House International Museum of Photography and Film in Rochester. Vijf foto’s uit de tentoonstelling zijn afkomstig uit de collectie van Fundación MAPFRE. De tentoonstelling startte eind mei in Madrid, en zal na het Fotomuseum verder reizen naar Parijs (Musée Carnavalet, 18 april / 19 juli 2012) en Sydney (Art Gallery of New South Wales, 24 aug / 4 nov 2012).
Het museum is geopend van dinsdag t/m vrijdag van 10.00-17.00 uur en op zaterdag en zondag van 11.00-17.00 uur. De opening van de tentoonstelling is op zondag 25 september 2011 door Philip Freriks.
| | >>> Terug naar de exposities startpagina | |
| |
|