Jannes Linders (Dordrecht, 1955) exposeert werk waarin hij de anonieme architectuurfotografie die los probeert te staan van tijd en context relativeert. Terwijl de ene foto de chaos ordent en het leven verzoent met de architectuur, verstoort de andere foto juist de rust en kalmte.
Uit het werk van Jannes Linders blijkt een brede belangstelling voor de gebouwde omgeving en het door de mens gemaakte landschap. Hij onderzoekt wat er in zijn fotoÕs nog bij kan aan vorm en kleur. Linders noemt zich een middenstander die, terwijl hij Ôs ochtends zijn nering uitstalt, zingt: ‘Hop, hop, hop, d‘r kan nog meer op. Zeven koeien en een paardenkop.‘
|